Barokfagot gebouwd door Leslie Ross (New York) naar een instrument van Johann Heinrich Eichentopf (Leipzich, ca. 1730).
Basdulciaan gebouwd door Leslie Ross (New York).
Basdulciaan gebouwd door Leslie Ross (New York).
Renaissance blokfluiten naar Hier.s gebouwd door Francesco Li-Virghi (Italië).Afbeelding uit het boek van Jaques Moderne (Lyon,1530) met blokfluiten die sterk lijken op de Rafi blokfluiten.Altblokfluit naar Jacob Denner (1681-1735) gebouwd door Jacqueline Sorel (Den Haag).
Tenorpommer gebouwd door John Hanchet (Engeland).
Altpommer gebouwd door John Hanchet (Engeland).
Barokfagot gebouwd door Leslie Ross (New York) naar een instrument van Johann Heinrich Eichentopf (Leipzich, ca. 1730).


 

Instrumenten

Capriola gebruikt ca. 30 verschillende blokfluiten, een basdulciaan, een barokfagot, een altpommer en een tenorpommer. De ontvangsten uit concerten en optredens worden voor het grootste deel gebruikt voor de aanschaf van nieuwe instrumenten. Hiervoor heeft Capriola een stichting opgericht. De instrumenten die Capriola gebruikt, staan hieronder beschreven.

Renaissance blokfluiten naar Hier.s

Een consort bestaande uit 7 blokfluiten (foto rechts) gebouwd door Francesco Li Virghi (Italië) naar 16e eeuwse fluiten van de bouwer genaamd Hier.s, die bewaard worden in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. De instrumenten zijn a = 440 Hz gestemd. De instrumenten hebben een krachtige en volle klank en zijn heel geschikt voor meerstemmige muziek waar de stemmen een beperkte omvang hebben (een octaaf + een sext). De fluiten (behalve de bas in C) zijn gemaakt uit één stuk maple.
Het consort bestaat uit 1 sopraan, 2 alten (g, f), 2 tenoren, 1 basset in F en een bas in C.
Het consort is aangeschaft met een subsidie van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Renaissance blokfluiten naar Claude Rafi

Deze bijzondere fluiten zijn gebouwd door Francesco Li Virghi (Italië) naar blokfluiten van Claude Rafi (fl. 1515-1553), die in Lyon werkte. De Accademia Filarmonica in Bologna (Italië) bezit twee originele fluiten van Claude Rafi en elf fluiten van de bouwer P. Grece die verwant zijn aan deze fluiten.
De fluiten vallen op door hun cilindrische vorm en de grote omvang (ruim 2 octaven). Ze hebben een heldere en en toch warme klank. Ze zijn uit één stuk hout gemaakt. De instrumenten zijn a = 440 Hz gestemd.
Capriola heeft 2 sopranen in c, 1 alt in f en 2 tenoren in c.

Fresco van Girolamo Romanino (1531) in het Castello del Buonconsiglio in Trento, Italië.

De blokfluiten lijken sterk op de blokfluiten van Claude Rafi.


Barok blokfluiten (a = 415)

Een sopraanblokfluit gebouwd door Jacqueline Sorel (Den Haag) naar een blokfluit van Engelbert Terton (1676-1752) in het Gemeentemuseum in Den Haag
Drie altblokfluiten gebouwd door Jacqueline Sorel (Den Haag) - foto rechts - naar een blokfluit van Jacob Denner (1681-1735), die bewaard wordt in het Musikhistorisk Museum Kopenhagen (Denemarken).
Een altblokfluit van Joël Arpin (Frankrijk) naar een model van Bressan.
Een altblokfluit van Adriana Breukink (Enschede).
Een altblokfluit van Aesthé/Jean-Luc Boudreau (Canada)

Overige blokfluiten (a = 440)

Een sopranino Hopf Praetorius
Een sopraan naar Kynseker van Mollenhauer.
Een sopraan naar J. Steenbergen van Moeck.
Een sopraan van Aesthé/Jean-Luc Boudreau (Canada)
Een altblokfluit van Aesthé/Jean-Luc Boudreau (Canada)
Een alt gebouwd door Jacqueline Sorel (Den Haag).
Een alt gebouwd door Yoav Ran (Israël).
Een alt naar J.H.-J. Rottenburgh van Moeck.
Twee tenoren naar J.H.-J. Rottenburgh van Moeck.
Een basset in f van Ture Bergstrøm (Denemarken), Renaissance naar een instrument in Brussel.
Een basset in f van Zen-On.
Een bas in C van Ture Bergstrøm (Denemarken), Renaissance naar een instrument in Brussel.

Basdulciaan (a = 440)

De basdulciaan is de voorloper van de barokfagot. De basdulciaan is in de 16e en de 17e eeuw veel gebruikt in de wereldlijke en de kerkelijke muziek. Het instrument werd gebruikt voor het verdubbelen van stemmen, in de instrumentale muziek en in de 17e eeuw als bas voor de continuo.
Capriola gebruikt de basdulciaan als bas met hoge en lage fluiten en in gezamenlijke concerten met koren en instrumentalisten.
De basdulciaan is gebouwd door Leslie Ross (New York) 1e en 2e rechts en wordt gespeeld door Frans Schröder.

Barokfagot (a = 415)

Gebruikt wordt een barokfagot gebouwd door Leslie Ross (New York) 3e en 4e rechts naar een instrument van Johann Heinrich Eichentopf (Leipzich, ca. 1730) in het Germanisches Nationalmuseum in Nüremberg. De fagot wordt bespeeld door Frans Schröder en wordt gebruikt als bas voor barokke stukken met blokfluiten.

Alt- en tenorpommer (a = 440)

Bij het begeleiden van koren en het samenspelen met andere instrumentalisten wordt soms ook een alt- of tenorpommer gebruikt. De pommer is een voorloper van de hobo. Net als andere instrumenten in de renaissance werden pommers in families of consorts gemaakt van sopraan tot grootbassen. De sopraanpommer wordt ook vaak schalmei genoemd.
De instrumenten die Capriola gebruikt – altpommer 1e rechts, tenorpommer 2e rechts zijn gebouwd door John Hanchet (Engeland) naar historische voorbeelden en zijn door Michael Praetorius (1571-1621) beschreven in zijn Syntagma Musicum (1619). De instrumenten worden bespeeld door Frans Schröder.