Liefde en strijd: 16e eeuwse muziek uit de Lage Landen
Dansen
en suites  uit de 17e eeuw

Zaterdag 25 november 2006, aanvang 14.30 uur, Sint Adrianuskerk, Molenstraat 31, 2671 EW, Naaldwijk.

Liefde en strijd: 16e eeuwse muziek uit de Lage Landen
(met een uitstapje)

[Pavane V:] La Battaille
Gaillarde sur la bataille 
Pavane I: Mille regretz 

Avez Maria virgo serena
O quam gloriosum
Recordans de mia segnora
Belle pour l'amour de vous

Quartet III for instruments at pleasure
(1978): Allegro assai

Ricercare X
A la bataglia
Tielman Susato (ca. 1500?-1561/64)
Pierre Phalèse (ca. 1510-ca. 1573)
Tielman Susato

Josquin des Prez (ca. 1450-1521)
Jacob Vaet (ca. 1529-1567)
Josquin des Prez
Josquin des Prez 

Henk Badings (1907-1987)


Adriaen Willaert (ca. 1490-1562)
Heinrich Isaac (ca. 1450-1517)


Pauze

Dansen en suites uit de 17e eeuw (met een toegift)

 
Ballo del granduca (opname)
Variatio, Secunda variatio, Tertia variatio, Quinta variatio

Pavana Philippi
Variatio [1], [2], [3]

Suite 6 uit Consort of Fower Parts 
Fantazia, Courante, Ayre, Saraband

Concert pour quatre parties de Violes
Prelude, Allemande, Sarabande en Rondeau, Gigue Angloise, Passecaille(opname)

Canzon prima. La Capriola
Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)



Jan Pieterszoon Sweelinck


Matthew Locke (1621/22-1677)


Marc Antoine Charpentier (1635-1704)




Florentio Maschera (ca. 1540-1584)

 

Toelichting

Het programma voor de pauze – met 16e eeuwse muziek uit de Lage Landen – staat in het teken van liefde en strijd. De strijd wordt muzikaal verbeeld in zogenaamde battaglia's van o.a. de Zuid-Nederlanders Tielman Susato (ca. 1500?-1561/64) en Heinrich Isaac (ca. 1450-1517). Battaglia's – muziek waarin krijgssignalen en oorlogsgeluiden worden nagebootst – zijn in de 16e eeuw in veel Europese landen gecomponeerd met vaak dezelfde muzikale motieven.

In twee korte stukken van Josquin des Prez (ca. 1450-1521) wordt de wereldlijke liefde getoonzet. De religieuze liefde voor Maria wordt ten gehore gebracht in het motet Avez Maria virgo serena van Josquin. In het motet O quam gloriosum van Jacob Vaet (ca. 1529-1567) wordt het hemelse rijk bezongen; het oorspronkelijk vocale stuk is opvallend instrumentaal geschreven is.

De componisten uit de Nederlanden waren in de 16e eeuw meesters in het contrapunt: een compositietechniek waarbij meerdere melodische lijnen worden gecombineerd en die allen een zelfstandig verloop kennen. Josquin kon dit als geen ander en zijn jongere collega's hebben deze techniek verder ontwikkeld. Een instrumentaal voorbeeld hiervan is de Ricercare X van Adriaen Willaert (ca. 1490-1562). Ook in de 20e eeuw zijn deze oude technieken gebruikt. Henk Badings (1907-1987) heeft in het eerste deel van zijn derde kwartet voor blokfluiten gebruik gemaakt van imitaties, polyfonie tegenover homofonie en hij gebruikte een zelfde oude kerktoonsoort als in de ricercare van Willaert.

Het tweede deel van het programma is geheel gewijd aan de dansmuziek. De uitgevoerde dansmuziek is waarschijnlijk niet gecomponeerd om op te dansen, maar is bedoeld om naar te luisteren en voor het plezier van de uitvoerders. Geen van de stukken is geschreven voor blokfluitkwartet, maar ze zijn er wel heel geschikt voor (te maken).

Voor de Amsterdammer Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) waren dansen – hier een vrolijke Italiaanse ballo en een ernstige Engelse pavane - uitgangspunt voor het componeren van virtuoze variaties voor het klavecimbel en het orgel.

In loop van de 17e eeuw werden dansen gecombineerd tot een suite, vaak vooraf gegaan door een langzaam polyfone, muzikaal ingewikkelde, opening. De Engelse componist Matthew Locke (1621/22-1677) was een van de eerste componisten die dergelijke suites samenstelde en als suite uitgaf.

Het Concert van Franse componist Marc Antoine Charpentier (1635-1704) is – evenals de suites van Locke - geschreven voor viola da gamba's en dateert uit de beginjaren 1680. Hoewel het de titel Concert draagt, is het in feite een suite met dansen voorafgegaan door een prélude.

Als slot speelt Capriola de canzona La Capriola van de Italiaan Florentio Maschera (ca. 1540-1584). Aan deze canzona heeft blokfluitkwartet Capriola haar naam ontleend.