Instrumentale intermezzi
tijdens de concerten van het
Asser Kamerkoor Arpeggio
met madrigalen uit
de 16e en 17e eeuw.
17 maart 2007, aanvang
20.00 uur, Doopsgezinde Kerk, Oude Boteringestraat 33, Groningen,
18 maart 2007, aanvang 14.30 uur, Statenzaal
Drents Museum, Brink 1, Assen.
| Ballo del granduca Variatio, Secunda variatio, Tertia variatio, Quinta variatio Pavana Philippi Variatio [1], [2], [3] Suite 6 uit Consort of Fower Parts Fantazia, Courante, Ayre, Saraband Concert pour quatre parties de Violes Prelude, Allemande, Sarabande en Rondeau, Gigue Angloise, Passecaille |
Jan Pieterszoon Sweelinck
(1562-1621) Jan Pieterszoon Sweelinck Matthew Locke (1621/22-1677) Marc Antoine Charpentier (1635-1704)
|
De instrumentale intermezzi die blokfluitkwartet Capriola verzorgt, zijn
geheel gewijd aan de dansmuziek. Deze dansmuziek is waarschijnlijk niet
gecomponeerd om op te dansen, maar is bedoeld om naar te luisteren en voor
het plezier van de uitvoerders. Geen van de stukken is geschreven voor
blokfluitkwartet, maar ze zijn er wel heel geschikt voor (te maken).
Voor de Amsterdammer Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) waren dansen vaak
uitgangspunt voor het componeren van virtuoze variaties voor het klavecimbel
en het orgel. De dans Ballo del granduca is oorspronkelijke geschreven voor
het spektakelstuk La Pellegrina ter gelegenheid van de bruiloft van de
groothertog van Florence in 1598.
Het thema van het tweede stuk – ook gecomponeerd door Sweelinck – is
ontleend aan een pavane van de Engelse componist Peter Phillips en heet
daarom Pavana Philippi. Phillips heeft Sweelinck vermoedelijk in 1593 in
Amsterdam bezocht. De pavane is een langzame dans in een tweedelige maat,
die in de 16e eeuw in de danszaal gebruikt werd als openingsdans en buiten
bij ceremonies als een soort 'loop'dans.
In loop van de 17e eeuw werden dansen gecombineerd tot een suite, vaak
vooraf gegaan door een langzaam polyfone, muzikaal ingewikkelde, opening. De
Engelse componist Matthew Locke (1621/22-1677) was een van de eerste
componisten die dergelijke suites samenstelde en als suite uitgaf. De suites
uit de bundel Consort of Fower Parts bestaan allemaal uit een fantasia
gevolgd door drie dansen: een courante, een ayre en een sarabande. De
stukken contrasteren onderling door karakter, tempo en maatsoort.
Het Concert van Franse componist Marc Antoine Charpentier (1635-1704) is –
evenals de suites van Locke - geschreven voor viola da gamba's: zachte
strijkinstrumenten die net als blokfluiten in consorts of families van
instrumenten van klein naar groot werden bespeeld. Het Concert dateert uit
de beginjaren 1680 en hoewel het de titel Concert draagt, is het in feite
een suite met dansen voorafgegaan door een prélude. Ook hier zijn de delen
zo gekozen dat een afwisseling ontstaat van langzaam en snel.