Zaterdag 31 januari 2009, aanvang 20.00 uur in het 12de eeuwse Romaanse kerkje de Oude Jan, Kerkstraat 56, Velp. Kaarten: € 7,50 (incl. glas na afloop).
Blokfluitkwartet Capriola speelt een afwisselend programma met naast Engelse muziek uit de 16e en de 17e eeuw hedendaagse Nederlandse muziek. Oude en nieuwe muziek met verwante genres en thema's, zoals dansen, ricercares en sfeerstukken worden na elkaar gespeeld. Uitgevoerd worden werken van o.a. William Byrd (1543-1623), Anthony Holborne (1545?-1603) en Henry Purcell (1659-1695), en uit onze tijd van Henri Zagwijn (1878-1954) en Hendrik de Regt (1950).
Capriola speelt de stukken op verschillende typen blokfluiten gebouwd naar voorbeelden uit de renaissance en de barok. Er wordt gespeeld in hoge en lage bezettingen, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van de basdulciaan (renaissancefagot) en de barokfagot.
Het programma wordt afgewisseld met gedichten in het kader van
de landelijke Gedichtendag, voorgedragen door Joop Westerveld.
Opnamen >>
|
Hans Andreus Een suite uit 'Pavans, Galliards, Almains' (1599): Pavan (39), Galliard (40), The night watch, The Honie-suckle (à 5) |
Liedje voor vrouwen geloof ik Anthony Holborne (fl ?1584-1603) |
|
In nomine (à 4) Suite lyrique (1954): (à 4) 1. Avond Willem Brandt 2. Nacht Gust Gils 3. Morgen Jan Boerstoel 4. Middag Annie M.G. Schmidt Sancte Deus (à 4) Hans Andreus J. Speenhof The leaves be green, Browning (à 5) |
John Taverner (ca. 1490-1545) Henri Zagwijn (1878-1954) Avond op Samosir Nokturne Goeiemorgen primula Erwtjes Thomas Tallis (ca. 1505-1585) Ik heb je liever Voor een dag van morgen De liefde William Byrd (1543-1623) |
|
Levi Weemoedt [Pavan] Paradizo, [Galliard] The Sighes Uit 'Pavans, Galliards, Almains' (1599) (à 5) Ricercare en Gaillarde Uit: Partita II for Recorder Consort 'Terpsichore' (2008) Rutger Kopland Ricercar 'Bonny sweet Robin' (à 4) Three Parts upon a Ground (à 4) M. Nijhoff J.C. Bloem [Pavan] Bona Speranza, [Galliard] Heigh ho holiday. Uit 'Pavans, Galliards, Almains' (1599) (à 5) |
Ode aan de blokfluit Anthony Holborne Hendrik de Regt (1950) Onder de appelboom Herfst, Achterhoek, Achterberg Thomas Simpson (1582-ca. 1625) Henry Purcell (1659-1695) De moeder de vrouw De Dapperstraat Anthony Holborne |
De collectie dansen 'Pavans, Galliards, Almains' van Anthony Holborne
(1545?-1603) uit 1599 is de grootste uit deze tijd die in Engeland is
overgeleverd. Het bevat 65 vijfstemmige dansen (pavanes, gaillardes en
allemandes) geschreven voor strijk- en blaasinstrumenten. Een pavane is een
langzame dans in tweedelige maatsoort, vaak gevolgd door een snelle
galliarde in driedelige maatsoort. Een allemande is een gematigd snelle dans
in tweedelige maatsoort. Capriola speelt de dansen in een hoge bezetting met
sopraan-, alt-, tenor- (2x) en bassetblokfluit. De pavane 'Paradizo' en de
gaillarde 'The Sighes' worden in een lage bezetting gespeeld: tenor-,
basset-, basblokfluit in c (2x) en basdulciaan.
In de 16e eeuw bestond een groot deel van het repertoire van instrumentale
ensembles uit vocale muziek, zoals liederen, misdelen en motetten. Een
voorbeeld van de laatste is het motet 'Sancte Deus' van Thomas Tallis (ca.
1505-1585), dat wordt uitgevoerd op tenor- (2x), basset- en basblokfluit in
c. Een motet is een meerstemmige compositie op een Latijnse, meestal
geestelijke tekst.
Een deel van het Benedictus van de mis 'Gloria tibi trinitatis' van John
Taverner (ca. 1490-1545) op de woorden 'In nomine' werd zo populair, dat het
een begin werd van een genre van instrumentale composities. Van tenminste 58
componisten uit 16e en de 17e eeuw zijn meer dan 150 'In nomines' bekend,
gebaseerd op de cantus firmus (vast gezang) van de mis van Taverner en soms
met gebruik van andere delen van zijn compositie.
Een andere voorliefde van Engelse componisten was het gebruik van een
populair lied als uitgangspunt voor meerstemmige instrumentale composities.
William Byrd (1543-1623) gebruikte het liedje met de tekst "The leaves be
greene the nuttes bee browne, thay hange soe highe thay will not come downe"
voor één van de meest experimentele en gewaagde instrumentale composities
uit zijn tijd. Het liedje is tijdens het hele stuk te horen, wisselt steeds
van stem en wordt 20 keer herhaald. Rond het liedje spint Byrd een steeds
ingewikkelder patroon van variaties, dat steeds weer tot een rustpunt komt.
Net als de 'In nomines' hebben veel Engelse componisten dergelijke
'Brownings' geschreven.
Ook Thomas Simpson (1582-ca. 1625) gebruikte een toen bekend lied 'Bonny
sweet Robin' voor een instrumentale compositie. Hij maakte er een virtuoze 'ricercare'
mee, waarin de twee bovenstemmen (hier 2 sopraanblokfluiten) elkaar vaak
imiteren en met elkaar wedijveren. De twee lage stemmen (alt- en
bassetblokfluit) ondersteunen de bovenstemmen en imiteren mee. In de barok
gebruikten componisten ook vaak een steeds terugkerende melodie, die dan
meestal in de laagste stem lag.
In Engeland werd een repeterende bas (ostinato) een 'ground' genoemd. Henry
Purcell (1659-1695) schreef 'Three Parts upon a Ground' voor drie gelijke
bovenstemmen en een bas. De 'ground' van 6 noten in 3 maten wordt 30 keer
door een stem herhaald, waarbij de overige stemmen telkens variaties op het
beginthema spelen. Als de bas een solo heeft, wordt de 'ground' door een van
de bovenstemmen over genomen. Capriola speelt het stuk op drie
altblokfluiten en een barokfagot.
De Rotterdamse componist Hendrik de Regt (1950) heeft de afgelopen jaren
veel voor blokfluiten gecomponeerd. In zijn Partita II for Recorder Consort
'Terpsichore' (2008) gebruikt De Regt oude vormen zoals dansen uit de
renaissance en de barok en oude compositietechnieken, zoals imitaties en
omkeringen, vaak gecombineerd met moderne toonreeksen. De 'Ricercare' en de
'Gaillarde' worden op tenor- (2x), basset- en basblokfluit in c gespeeld.
De 'Suite lyrique' (1954) van Henri Zagwijn (1878-1954) is geschreven voor
het Amsterdams Blokfluitensemble onder leiding van de vorig jaar overleden
Kees Otten, dat bestond van 1950 tot 1959. Het kwartet, waarin toen ook zijn
leerling Frans Brüggen speelde, voerde de suite een paar weken na het
overlijden van Zagwijn voor het eerst uit. De suite bestaat uit vier delen
die elk de impressies van een dagdeel laat weerklinken. Het kwartet is
geschreven voor de standaardbezetting sopraan-, alt-, tenor- en
bassetblokfluit.