Zondag 14 november 2010, aanvang 15.00 uur.
Concert in de Kapel van de Noviteit, Kloosterlaan 33, 2681 LD in Monster
(ZH).
Toegang: vrij.
Blokfluitkwartet Capriola speelt een programma met Italiaanse instrumentale
muziek uit de 16e, 17e en begin van de 18e eeuw. Uit deze periode worden
vierstemmige canzona's en sonata's ten gehore gebracht. Capriola speelt de
stukken in afwisselende bezettingen: op lage renaissanceblokfluiten, hoge
renaissanceblokfluiten met en zonder basdulciaan (renaissance fagot) en op
barokaltblokfluiten met een barokfagot.
|
Canzona Alla dolc' ombra Prima stanza: Alla dolc' ombra, Seconda stanza: Non vidde'l mondo, Terza stanza: Un lauro mi diffese Canzon La Capriola Sonata a Quatro Canzon Quarta, sesto tono Sonata Fa Maggiore 1. Adagio, 2. Allegro, 3. Minuet (blokfluiten en barokfagot) Pauze Canzona Alla dolc' ombra Quarta stanza: Però più ferm', Quinta stanza: Selve, sassi, campagne, Sesta stanza: Tanto mi piacque Canzon La Spiritata (blokfluiten en basdulciaan) Sonata a Quattro (blokfluiten en basdulciaan) Canzon über dass Henner- und Hannergeschrey Sonata a Quattro 1. Adagio, 2. Allegro, 3. Grave, 4. Allegretto, 5. Allegro (blokfluiten en barokfagot) |
Cipriano de Rore (1516-1565) Florentio Maschera (ca. 1540-1584) Giovanni Battista Riccio (fl. 1609-1621) Girolamo Frescobaldi (1583-1643) Alessandro Scarlatti (1659-1725) Cipriano de Rore (1516-1565) Giovanni Gabrieli (ca. 1554-1612) Giovanni Paolo Cima (ca. 1570 - na 1622) Alessandro Poglietti (?-1683) Arcangelo Corelli (1653–1713) |
Een canzona - in het Italiaans: lied - is een instrumentaal muziekstuk
uit de 16e en 17e eeuw, dat is ontstaan uit arrangementen van meerstemmige
Franse chansons. De eerste canzona's, onafhankelijk van vocale voorbeelden,
zijn rond 1570 in Italië gecomponeerd. De canzona's bestaan bijna altijd uit
een aantal korte delen die contrasteren in karakter, maatsoort en tempo.
Rond 1600 werd een canzona ook vaak sonata genoemd, maar na 1620 werd de
titel canzona steeds minder gebruikt. De delen in de sonata's contrasteerden
steeds meer en er werden meer virtuoze effecten gecomponeerd als snelle
loopjes en echo-effecten. In de loop van de 17e eeuw werd het aantal delen
van de sonata beperkt tot meestal vier of vijf afzonderlijke langere delen.
De delen kregen karakter- en tempoaanduidingen als adagio en allegro.
De Zuid-Nederlander Cipriano de Rore (1516-1565) werkte in Italië en was
beroemd om zijn Italiaanse madrigalen op teksten van Francesco Petrarca
(1304-1374). In 1577 is in Venetië postuum een zesdelige canzona van zijn
hand uitgegeven naar een gedicht van Petrarca, waarvan de eerste strofe
(stanza) begint met Alla dolc' ombra delle belle frondi (In de zoete schaduw
van de mooie bladeren). Het gedicht verheerlijkt een laurierboom, die staat
voor zijn geliefde Laura. De canzona is uitgegeven zonder tekst en is
blijkbaar, ook gezien het instrumentale karakter, bestemd voor instrumentale
uitvoering.
Blokfluitkwartet Capriola heeft zijn naam ontleend aan de canzona 'La
Capriola' van Fiorenzo Maschera (ca. 1540-1584). Het stuk is opgenomen in
zijn 'Libro primo de canzoni da sonare a quattro voci' (1582/1584). Het is
de eerste gedrukte collectie die geheel gewijd is aan originele composities
in deze vorm.
Giovanni Gabrieli (ca. 1554-1612) was componist en organist en werkte aan
de San Marco in Venetië. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de
ontwikkeling van de instrumentale muziek. Hij was de eerste componist die
dynamische aanwijzingen als piano en forte in composities aangaf. Canzon 'La
Spiritata' is 1608 in Venetië uitgegeven.
Ook Giovanni Battista Riccio (fl. 1609-1621) werkte in Venetië. Zijn 'Sonata
a Quattro' is in 1620 in zijn 'Divini lodi musicali' gepubliceerd en bevat
elf canzona's. De stukken waren bedoeld om in de kerk te spelen. Aan het
eind van de sonata zijn de effecten met snelle loopjes en piano en forte
goed te horen.
Giovanni Paolo Cima (ca. 1570-na 1622) werkte in Milaan. In 1610 verscheen
zijn 'Concerti ecclesiastici', waarin naast een mis en motetten, vier kerk
sonata's waren opgenomen. In zijn 'Sonata a Quattro' is het effect van de
gecomponeerde echo te horen.
Girolamo Frescobaldi (1583-1643) was een beroemd klaviervirtuoos (orgel,
klavecimbel) en componist. Hij was organist van de Sint Pieter in Rome en
werkte in Vlaanderen en Florence. De 'Canzon Quarta, sesto tono' is in 1615
gepubliceerd in 'Recercari, et canzoni franzese'. De titel verwijst naar een
oorsprong van de canzona: arrangementen van meerstemmige Franse chansons.
De Italiaanse organist en componist Alessandro Poglietti (?-1683) werkte aan
het hof in Wenen en schreef o.a. programmatische composities voor orgel en
klavecimbel met imitatiegeluiden uit de natuur. Een voorbeeld hiervan is de
humoristische 'Canzon über dass Henner- und Hannergeschrey', dat in de
partituur eindigt met de uitroep: "Woll gemacht dass Hennergeschray!".
Arcangelo Corelli (1653-1713) is beroemd geworden om zijn sonates,
concerto's en zijn vioolspel. Hij werkte in Rome. Zijn sonates en concerto's
waren voorbeelden voor latere componisten als J.S. Bach. Zijn 'Sonata a
Quattro' is oorspronkelijk geschreven voor trompet, twee violen en bas. Vier
van de vijf delen eindigen met een pianissimo; een herinnering aan de
echo-effecten in de sonata's uit het begin van de 17e eeuw.
Alessandro Scarlatti (1659-1725) was een belangrijk componist van opera's.
Hij werkte in Rome en Napels. Zijn 'Sonata Fa Maggiore' is geschreven voor
drie blokfluiten en basso continuo. Na een adagio en een allegro eindigt de
sonate in een kort menuet.
20-11-2010