Jacob Obrecht (ca. 1450-1505)Jan Pietrszoon Sweelinck (1562-1621)Peter-Jan Wagemans (1952)Hendrik de Regt (1950)Henk Badings (1907-1987)Girolamo Frescobaldi (1583-1643)Alessandro Scarlatti (1659-1725)Arcangelo Corelli (1653–1713)


 

Nederlandse en Italiaanse muziek voor blokfluitkwartet

Zaterdag 4 februari 2012, aanvang 20:00 uur in de Lutherse Kerk, Nieuwstraat 106 in Leerdam.
Concert in het kader van de Stichting Lingeconcerten Leerdam.

Blokfluitkwartet Capriola speelt een afwisselend programma met oude en nieuwe muziek van Nederlandse componisten en van Italiaanse componisten uit de 16e tot 18e eeuw. M.m.v. Margriet Verzijl (theorbe).

In 2011 vierde het Genootschap van Nederlandse Componisten haar 100-jarig bestaan met veel concerten waarin uitsluitend werken van Nederlandse componisten worden uitgevoerd. Blokfluitkwartet Capriola speelde in het kader van deze viering een aantal concerten en speelt in Leerdam voor de pauze een Nederlands programma met muziek van o.a. Jan Pieterszoon Sweelinck, Jacob Obrecht, Henk Badings, Hendrik de Regt en Peter-Jan Wagemans. Vergelijkbare muzikale vormen en genres uit verschillende perioden worden na elkaar uitgevoerd.
De stukken worden voornamelijk gespeeld op renaissanceblokfluiten; blokfluiten die gemaakt zijn om samen te spelen en samen te klinken. Verschillende bezettingen met hoge en lage blokfluiten wisselen elkaar af.

Na de pauze speelt Capriola Italiaanse instrumentale muziek uit de 16e, tot begin van de 18e eeuw. Uit deze periode worden vierstemmige canzona's en sonata's ten gehore gebracht van o.a. Girolamo Frescobald, Giovanni Paolo Cima, Alessandro Scarlatti en Arcangelo Corelli. Capriola speelt de stukken in afwisselende bezettingen: op hoge en lage renaissanceblokfluiten en op barokaltblokfluiten met een barokfagot.
In de sonata's van Alessandro Scarlatti en Arcangelo Corelli speelt Margriet Verzijl de basso continuo op theorbe.

Stichting Lingeconcerten Leerdam >>
Genootschap van Nederlandse Componisten >>
Margriet Verzijl >>

Programma

Pavana Philippi (Variatio [1], [2], [3])

Pavane
Uit: Quartet II for instruments at pleasure: suite on well-known dance rhythms (1979)

Een froylic wesen
Ic draghe de mutse clutse
Al is den tijt nu doloreus

Drie kleine stukken voor blokfluitkwartet (1979). Allegro marciale, Andante, Allegro machinale

Ballo del granduca (Variatio, Secunda, Tertia, Quarta en Quinta variatio)

Ricercare, Musette
Uit: Partita II for Recorder Consort 'Terpsichore' (2008)

Pauze

Sonata a Quatro

Canzon Quarta, sesto tono

Canzon La Spiritata

Sonata Fa Maggiore
1. Adagio, 2. Allegro, 3. Minuet

Canzon über dass Henner- und Hannergeschrey

Sonata a Quattro
1. Adagio, 2. Allegro, 3. Grave,
4. Allegretto, 5. Allegro
Jan P. Sweelinck (1562-1621)


Henk Badings (1907-1987)


Matth. Pipelare (ca. 1450-ca. 1515)
Jacob Obrecht (ca. 1450-1505)
Jan van Wintelroy (fl. 1529-1567)

Peter-Jan Wagemans (1952)



Jan P. Sweelinck (1562-1621)


Hendrik de Regt (1950)





Giovanni Battista Riccio (fl. 1609-1621)

Girolamo Frescobaldi (1583-1643)

Giovanni Gabrieli (ca. 1554-1612)

Alessandro Scarlatti (1659-1725)


Alessandro Poglietti (?-1683)


Arcangelo Corelli (1653–1713)

Toelichting op het programma

Voor Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) waren o.a. dansen uitgangspunt voor het componeren van virtuoze variaties voor het klavier. Het thema van de 'Pavana Philippi' is ontleend aan een pavane (langzame dans) van de Engelse componist Peter Phillips (ca. 1560-ca. 1633). Het thema van Ballo del granduca is terug te vinden in de muziek van Intermedio VI van het spektakelstuk 'La Pellegrina' ter gelegenheid van het huwelijk van Fernando dei Medici en Christine de Lorraine (Florence, 1589). Veel van de klaviermuziek van Sweelinck is uitstekend geschikt om als blokfluitkwartet uit te voeren.

Henk Badings (1907-1987) schreef ter gelegenheid het 40-jarig jubileum van het Nederlandse Pijpersgilde in 1978 in opdracht twee kwartetten voor o.a. blokfluiten. Quartet II is een suite van dansen, waarin 16e-eeuwse dansvormen als de pavane opgenomen zijn.

In de 15e en 16e eeuw schreven componisten uit de Nederlanden liederen op Nederlandse teksten. De componisten Jacob Obrecht (ca. 1450-1505), Matthaeus Pipelare (ca. 1450-ca. 1515) en Jan van Wintelroy (fl. 1529-1567) gebruikten in de drie liederen de in die tijd gebruikelijke compositietechnieken als imitatie en homofonie op een vaak verassend instrumentale wijze.

Peter-Jan Wagemans (1952) schreef in 1979 in opdracht van de Johan Wagenaar Stichting 'Drie kleine stukken' voor blokfluitkwartet. In de partituur refereert hij aan bekende Nederlandse liedjes: 'Jan er ligt een kip in het water', 'Twee emmertjes water halen' en 'Vader Jacob'.

Hendrik de Regt (1950) heeft de afgelopen jaren veel voor de blokfluit geschreven. Partita II for Recorder Consort, 'Terpsichore' (2008) is geschreven voor een kwartet met lage blokfluiten en bevat oude (dans)vormen als de ricercare en de musette. De componist maakt hierbij gebruik van een combinatie van moderne toonreeksen en historische compositietechnieken.

Een canzona - in het Italiaans: lied - is een instrumentaal muziekstuk uit de 16e en 17e eeuw, dat is ontstaan uit arrangementen van meerstemmige Franse chansons. De eerste canzona's, onafhankelijk van vocale voorbeelden, zijn rond 1570 in Italië gecomponeerd. De canzona's bestaan bijna altijd uit een aantal korte delen die contrasteren in karakter, maatsoort en tempo. Rond 1600 werd een canzona ook vaak sonata genoemd, maar na 1620 werd de titel canzona steeds minder gebruikt. De delen in de sonata's contrasteerden steeds meer en er werden meer virtuoze effecten gecomponeerd als snelle loopjes en echo-effecten. In de loop van de 17e eeuw werd het aantal delen van de sonata beperkt tot meestal vier of vijf afzonderlijke langere delen. De delen kregen karakter- en tempoaanduidingen als adagio en allegro.

Giovanni Gabrieli (ca. 1554-1612) was componist en organist en werkte aan de San Marco in Venetië. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van de instrumentale muziek. Hij was de eerste componist die dynamische aanwijzingen als piano en forte in composities aangaf. Canzon 'La Spiritata' is 1608 in Venetië uitgegeven.

Girolamo Frescobaldi (1583-1643) was een beroemd klaviervirtuoos (orgel, klavecimbel) en componist. Hij was organist van de Sint Pieter in Rome en werkte in Vlaanderen en Florence. De 'Canzon Quarta, sesto tono' is in 1615 gepubliceerd in 'Recercari, et canzoni franzese'. De titel verwijst naar een oorsprong van de canzona: arrangementen van meerstemmige Franse chansons.

Giovanni Battista Riccio (fl. 1609-1621) werkte in Venetië. Zijn 'Sonata a Quattro' is in 1620 in zijn 'Divini lodi musicali' gepubliceerd en bevat elf canzona's. De stukken waren bedoeld om in de kerk te spelen. Aan het eind van de sonata zijn de effecten met snelle loopjes en piano en forte goed te horen.

De Italiaanse organist en componist Alessandro Poglietti (?-1683) werkte aan het hof in Wenen en schreef o.a. programmatische composities voor orgel en klavecimbel met imitatiegeluiden uit de natuur. Een voorbeeld hiervan is de humoristische 'Canzon über dass Henner- und Hannergeschrey', dat in de partituur eindigt met de uitroep: "Woll gemacht dass Hennergeschray!".

Arcangelo Corelli (1653-1713) is beroemd geworden om zijn sonates, concerto's en zijn vioolspel. Hij werkte in Rome. Zijn sonates en concerto's waren voorbeelden voor latere componisten als J.S. Bach. Zijn 'Sonata a Quattro' is oorspronkelijk geschreven voor trompet, twee violen en bas. Vier van de vijf delen eindigen met een pianissimo; een herinnering aan de echo-effecten in de sonata's uit het begin van de 17e eeuw.

Alessandro Scarlatti (1659-1725) was een belangrijk componist van opera's. Hij werkte in Rome en Napels. Zijn 'Sonata Fa Maggiore' is geschreven voor drie blokfluiten en basso continuo. Na een adagio en een allegro eindigt de sonate in een kort menuet.